Info Crematoria Statistiek Varia Contact
nl de fr
 
Welkom
Crematie
Bestemming van de as
Plechtigheden
Uw laatste wil
Wetgeving
Ethische code
 

Wetgeving

     


WETTEKSTEN VOOR HET VLAAMS GEWEST



Decreet van 16 januari 2004 betreffende de begraafplaatsen en de lijkbezorging - B.S. 10.2.2004

tekst decreet 26/1/2004 ->website


Besluit van de Vlaamse regering 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria - B.S. 28 juni 2004

Tekst uitvoeringsbesluiten ->website

21 OKTOBER 2005. - Besluit van de Vlaamse Regering tot bepaling van de voorwaarden waaraan een doodskist of een ander lijkomhulsel moet beantwoorden
De Vlaamse Regering,
Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, inzonderheid op artikel 11, vierde lid;
Gelet op het koninklijk besluit van 26 november 2001 houdende uitvoering van artikel 12, tweede en vierde lid, van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 13 januari 2004;
Gelet op het advies van de Raad van State nr. 36.808/3, gegeven op 30 maart 2004, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
Na beraadslaging,
Besluit :
HOOFDSTUK I. - Voorwaarden waaraan doodskisten moeten beantwoorden
Artikel 1. Doodskisten moeten uit een natuurlijk materiaal worden vervaardigd.
Het materiaal waaruit de doodskist is vervaardigd, mag niet geïmpregneerd zijn.
Houtbeschermingsmiddelen of halogeenorganische verbindingen zijn niet toegestaan.
Doodskisten en accessoires, gemaakt van metaal of op basis van niet biodegradabele materialen, zijn niet toegestaan.
Een kist, gemaakt van spaanplaat, mag niet meer dan 10 mg vrij of gemakkelijk vrij te maken formaldehyde bevatten per 100 g plaatmateriaal.
Art. 2. Een doodskist die in contact is gekomen met een stoffelijk overschot meermaals gebruiken, is niet toegestaan.
Art. 3. Alleen ureumformaldehydelijm en polyvinylacetaatlijm (PVAC), of andere lijmen die minstens even biologisch afbreekbaar zijn, zijn toegestaan.
Art. 4. Alleen nitrocelluloselak, of andere lakken die minstens even biologisch afbreekbaar zijn, zijn toegestaan.
Vernis, lakken en verven moeten bij de crematie rookarm, ontvlambaar en vrij van halogeenorganische stoffen en zware metalen zijn.
Art. 5. Houtreliëf, houtsnijwerk en brandschilderingen zijn toegestaan.
Handvatten van de doodskisten moeten vervaardigd zijn uit vergankelijk materiaal.
Verbindingselementen als spijkers, schroeven, nieten, klemmen en metalen voeglatten zijn toegestaan.
Alle niet-houten handgrepen, sierschroeven en andere sierstukken moeten van buitenaf verwijderd kunnen worden.
Art. 6. De binnenbekleding van de doodskist mag enkel uit natuurlijke, afbreekbare stoffen bestaan.
Art. 7. Als een doodskist, bestemd voor crematie, niet volledig uit massief hout is vervaardigd, moeten de andere materialen op het vlak van emissie en asresten minstens vergelijkbare resultaten geven bij crematie.
Art. 8. De voorwaarden waaraan de doodskist moet voldoen en die vervat zijn in dit hoofdstuk zijn niet toepasselijk op doodskisten, bestemd voor het internationale lijkenvervoer.
Voor begraving of crematie binnen een gemeente van het Vlaamse Gewest moeten de doodskisten echter steeds voldoen aan de bepalingen van dit besluit.
HOOFDSTUK II. - Voorwaarden waaraan lijkwaden moeten beantwoorden
Art. 9. Een lijkwade is een lijkomhulsel dat in de plaats van een doodskist wordt gebruikt bij de lijkbezorging.
Art. 10. Lijkwaden moeten, speciaal voor dit doel, uit een natuurlijk materiaal worden vervaardigd.
Om de vochtigheid te absorberen mogen zaagsel, houtschilfers, houtwol of andere absorberende vergankelijke materialen gebruikt worden.
Art. 11. Een lijkwade die in contact is gekomen met een stoffelijk overschot meermaals gebruiken, is niet toegestaan.
Art. 12. Gedurende zeven dagen in voortdurend contact met water van 5° C en 20° C bij pH 7 mag het materiaal niet meer dan 1 mg vloeibaar water per meter per uur doorlaten, gemeten volgens de norm DIN53122 of een vergelijkbare norm.
Na veertien dagen mag, volgens een biologische proef, de doorlaatbaarheid, gemeten volgens de norm DIN53122 of een vergelijkbare norm, voor gasvormig koolstofdioxide niet minder zijn dan 150 ml per meter per uur en voor zuurstof niet minder dan 200 ml per meter per uur.
Art. 13. De treksterkte van het materiaal en de las- of naadverbindingen mogen niet minder bedragen dan 1 N per mm, gemeten volgens de norm DIN53455 of een vergelijkbare norm (N, nano, groothedensymbool voor brekingsindex).
Als het materiaal wordt dubbelgevouwen en de vouw gedurende dertig minuten wordt belast bij een druk van 5 N per cm2, dan mag het materiaal in de vouw geen scheur vertonen.
Gedurende twee jaar bij opslag van 20° C mag de krimp in de lengte- en de breedterichting niet meer dan 10 % bedragen, gemeten volgens de norm DINASTM : D2732-83 of een vergelijkbare norm.
Art. 14. Het materiaal mag niet meer dan 0,1 gewichtsprocent chloor bevatten.
Zowel bij biologische afbraak als bij crematie mogen geen schadelijke stoffen vrijkomen. Voor zware metalen, zoals Pb, Cr, Ni, Cu, Cd en Zn, en gechloreerde KWS moet worden voldaan aan de Duitse Bundesgütegemeinschaft-norm RAL GZ 251 of een daaraan gelijk te stellen norm. Voor de bepaling hiervan moet worden gebruik gemaakt van de norm ASTM : D 5152-91 of een vergelijkbare norm.
Art. 15. Het materiaal van de lijkwaden moet binnen negentig dagen voor meer dan 98 % worden afgebroken, gemeten volgens de norm ASTM : D 5338-92 of een daarmee vergelijkbare norm.
Art. 16. Indien een onderplank dat gebruikt zou worden voor het transport van een stoffelijk overschot gehuld in een lijkwade samen met het stoffelijk overschot en de lijkwade zou worden begraven of gecremeerd, dan dient de onderplank aan dezelfde voorwaarden te voldoen als bepaald in hoofdstuk I.
HOOFDSTUK III. - Slotbepaling
Art. 17. Het koninklijk besluit van 26 november 2001 tot uitvoering van artikel 12, tweede en vierde lid, van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, wordt opgeheven.
Brussel, 21 oktober 2005.
De minister-president van de Vlaamse Regering,
Y. LETERME
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
M. KEULEN

Tekst in pdf van dit besluit : klik hier


DE LIJKWADE : PRAKTISCH
Het is voor de crematoria technisch niet mogelijk om eender welk lijkomhulsel te aanvaarden. Wij zullen alleen lijkomhulsels of lijkwaden aanvaarden die met behulp van de bestaande invoersystemen in de crematieoven kunnen ingevoerd worden. Bovendien moeten de lijkwaden met de bestaande systemen vervoerd en behandeld kunnen worden.
Concreet wil dit zeggen dat de lijkwaden op een houten of een andere stevige ondergrond moeten aangeboden worden.
Indien u een lijkwade wenst te gebruiken dan is het in ieder geval nodig om vooraf het crematorium te contacteren om de nodige afspraken te maken.

Besluit afschaffing grafrust goedgekeurd. (nog niet in Staatsblad)
Het wijzigingsbesluit dat het besluit van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, inzonderheid artikel 8 wijzigt en de grafrust van 10 jaar voor opgraving afschaft, werd vandaag definitief goedgekeurd door de Vlaamse Regering.
Dit besluit zal in werking treden op de dag van de publicatie in het Belgisch Staatsblad.

Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria

DE VLAAMSE REGERING,
Gelet op het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, inzonderheid op artikel 4, tweede lid;
Gelet op het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, inzonderheid op artikel 8;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 9 mei 2005;
Gelet op het advies van de Raad van State, gegeven op 25 oktober 2005, met toepassing van artikel 84, §1, eerste lid, 1°, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering;
Op voorstel van de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;

Na beraadslaging,

BESLUIT:
Artikel 1. In artikel 8, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria, wordt de tweede zin geschrapt.
(INFO : Behoudens gerechtelijk bevel is een opgraving verboden tijdens de periode van grafrust, die loopt tot 10 jaar na de begraving.)
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 3. De Vlaamse minister, bevoegd voor de Binnenlandse Aangelegenheden, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, …

De minister-president van de Vlaamse Regering,
Yves LETERME

De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
Marino KEULEN

De Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
Inge VERVOTTE

tekst besluit grafrust in pdf formaat


10 NOVEMBER 2005. - Decreet houdende wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging (1)
MINISTERIE VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

Publicatie 15/12/2005
10 NOVEMBER 2005. - Decreet houdende wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging (1)


Het Vlaams Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt : decreet houdende wijziging van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging.
Artikel 1. Dit decreet regelt een gewestaangelegenheid.
Art. 2. Artikel 19, § 1, van het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, wordt vervangen door wat volgt :
« § 1. Voor crematie is een toestemming vereist die wordt verleend door de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente waar, het overlijden werd vastgesteld, indien dat overlijden in het Vlaamse Gewest heeft plaatsgehad, of door de procureur des Konings van het arrondissement van de plaats waar zich ofwel het crematorium ofwel de hoofdverblijfplaats van de overledene bevindt, indien het overlijden heeft plaatsgehad in het buitenland.
Voor de crematie van een persoon die overleden het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest of het Waalse Gewest wordt met de toestemming tot crematie gelijkgesteld de machtiging die daartoe wordt verleend door de overheid die in dat gewest bevoegd is voor het verlenen van een toestemming tot crematie. »
Kondigen dit decreet af, bevelen dat het in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 10 november 2005.
Voor de minister-president van de Vlaamse Regering,
De Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming,
F. VANDENBROUCKE
De Vlaamse minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering,
M. KEULEN
_______
Nota's
(1) Zitting 2004-2005.
Stuk. - Voorstel van decreet : 147, nr. 1.
Zitting 2005-2006.
Stukken. - Verslag 147, nr. 2. - Tekst aangenomen door de plenaire vergadering : 147, nr. 3.
Handelingen. - Bespreking en aanneming. Vergadering van 26 oktober 2005.

tekst decreet in pdf formaat





       




Website created by SHpartners